Een goede NPS-score is alles boven 0, want dan zijn er meer promoters dan detractors in je klantenbestand. Boven 20 is gunstig, boven 50 uitstekend en boven 80 wereldklasse, volgens de oorspronkelijke lezing van Bain & Company. Over alle sectoren heen leggen recente benchmarkstudies de mediaan rond 40.
Scores per touchpoint volgen andere regels dan deze relatiebenchmarks; transactionele NPS legt uit waarom je eigen trendlijn daar de enige eerlijke vergelijking is.
Belangrijkste inzichten
- De drempels van Bain: boven 0 goed, boven 20 gunstig, boven 50 uitstekend, boven 80 wereldklasse.
- De sectoroverstijgende mediaan in de benchmarkdata van 2025 ligt rond 40; B2C scoort gemiddeld hoger dan B2B.
- Surveykanaal, timing en markt verschuiven scores met dubbele cijfers, wat extern vergelijken wankel maakt.
- De benchmark die beslissingen stuurt, is je eigen trend, elke keer op precies dezelfde manier gemeten.
Wat is een goede NPS-score?
"Wat is een goede NPS-score?" is waarschijnlijk dé vraag die we het vaakst krijgen van iedereen die weet dat wij dagelijks met de Net Promoter Score bezig zijn. Mensen benchmarken nu eenmaal graag. Hoe goed of slecht doen we het vergeleken met de rest? Dat is deels onze competitieve kant, maar het geeft een bedrijf vooral een gevoel van richting. Het korte antwoord komt van Bain & Company, de bedenkers van de metric: elke positieve score betekent dat je promoters talrijker zijn dan je detractors, en elke drempel hoger (20, 50, 80) staat voor een sprong in wat klantloyaliteit je bedrijf financieel oplevert. Het lange antwoord is dat een score zonder context niet meer is dan een poster aan de muur. De rest van dit artikel levert daarom die context: de benchmarks per sector, de variabelen die eraan morrelen, en de vergelijking die wél beslissingen waard is.
NPS-benchmarks per sector in 2026
| Sector | Gebruikelijke NPS-range |
|---|---|
| Consumentenelektronica | Midden 50 |
| Luxe- en premiummerken | 60 tot 75 |
| Retail | Rond 45 |
| Banken en verzekeraars | 30 tot 45 |
| B2B-software en -diensten | Midden 30 tot begin 40 |
| Telecom, nutsbedrijven | 20 of lager |
Bronnen: de NPS-benchmarkstudie 2025 van Survicate (sectoroverstijgende mediaan rond 40, met een B2C-gemiddelde van 49 tegenover 38 voor B2B) en de B2C-benchmarks van CustomerGauge. Lees de ranges als richtpunt, niet als lat: de methodologische verschillen tussen studies zijn groot, en hetzelfde bedrijf dat door twee verschillende vendors gemeten wordt, landt geregeld meer dan 10 punten uit elkaar.
Voorspelt een hogere NPS-score echt groei?
Een hogere NPS voorspelt groei onder voorwaarden, en eerlijkheid over die voorwaarden brengt je verder dan juichverhalen. Het oorspronkelijke onderzoek van Bain vond een verband tussen de metric en organische groei, omdat de intentie om aan te bevelen samenhangt met herhaalaankopen en doorverwijzingen. Die relatie houdt het best stand in competitieve, aanbevelingsgedreven categorieën: retail, horeca, consumentendiensten, software waar klanten écht kunnen overstappen. Ze verzwakt waar klanten om andere redenen blijven. Daarom scoren telecom en nutsbedrijven laag en houden ze toch hun klanten, en daarom is de NPS van een monopolist eerder een stemmingsmeter dan een voorspelling. De praktische conclusie: valideer het verband in je eigen data. Koppel scorebewegingen per segment aan retentie en omzet via impact tracking, en behandel NPS als een leidende indicator die bevestiging nodig heeft, nooit als vervanger van omzet. Zodra je eigen cijfers tonen dat het aandeel detractors churn voorspelt, heeft de metric zijn plek in de boardrapportering verdiend.
Hoe bepaalt je responsgraad wat een goede NPS-score is?
De responsgraad is de stille variabele achter elk NPS-cijfer, en ze verandert wat "goed" betekent. Bij een respons van 30% beschrijft een score van 45 je klantenbestand redelijk betrouwbaar. Bij 6% beschrijft diezelfde 45 vooral het soort klant dat surveys invult: doorgaans de dolenthousiaste, de woedende en wie plichtsbewust alles beantwoordt, terwijl de stille middengroep ontbreekt. Een typische respons ligt rond 20 tot 30%, volgens het benchmarkoverzicht 2025 van Clootrack, en alles wat daar ver onder zit pak je eerst aan voordat je de score vertrouwt: kortere surveys, betere timing, en zichtbaar bewijs dat feedback tot actie leidt. Daaruit volgen twee praktische regels. Rapporteer de responsgraad élke keer naast de score, want een stijgende NPS op een instortende respons is meestal een verschuiving in wie antwoordt, vermomd als vooruitgang. En vergelijk bij scores tussen segmenten, landen of winkels eerst de responsgraden; een kloof daar verklaart menig mysterieus scoreverschil eerder dan een echt verschil in klantbeleving.
Waarom de verdeling achter je NPS-score meer vertelt dan het cijfer
De verdeling achter een NPS vertelt je meer dan de score zelf. Een NPS van 40 opgebouwd uit 50% promoters, 40% passives en 10% detractors is een stabiel bedrijf met een onaangeboorde middengroep; dezelfde 40 uit 60% promoters en 20% detractors is een gepolariseerd bedrijf met een acuut churn-probleem. Zelfde cijfer, totaal andere prioriteiten. Passives verdienen daarbij bijzondere aandacht, want zij zijn je snelste winst: ze geven een 7 of 8, hun open feedback benoemt meestal één oplosbaar punt, en een passive omzetten in een promoter tilt de score precies evenveel op als een detractor neutraliseren. Het aandeel detractors werkt intussen als een op zichzelf staande risicometric die je naast het nettocijfer bijhoudt, met een eigen draaiboek dat we uitwerken in onze detractor-gids. Rapporteer alle drie de aandelen telkens de score gerapporteerd wordt; een nettocijfer zonder verdeling lokt precies de verkeerde beslissingen uit.
Waarom NPS-scores vergelijken tussen bedrijven riskant is
NPS-scores vergelijken tussen bedrijven is onbetrouwbaar, omdat de score gevoelig is voor hoe er gemeten wordt. Het surveykanaal verschuift hem: in-app surveys scoren hoger dan e-mail. De timing verschuift hem: euforie net na een aankoop scoort anders dan een willekeurige dinsdag. Markt en cultuur verschuiven hem: sommige markten delen simpelweg nooit een 9 of 10 uit, en een Belgische 8 kan een Amerikaanse 10 zijn. En de responsgraad verschuift hem het sterkst van allemaal, een vertekening die we uitdiepen in ons stuk over responsgraden bij surveys. Twee bedrijven met identiek klantsentiment kunnen 20 punten uit elkaar liggen puur door de methode. Precies daarom beslecht een gekocht benchmarkrapport zelden de discussie waarvoor het gekocht werd.
Waarmee vergelijk je je NPS-score dan wél?
Benchmark tegen jezelf. Een goede NPS-score is een score die beter is dan gisteren, behaald zonder je meetmethode te veranderen. Dat was ons antwoord toen dit artikel voor het eerst verscheen, en het gaat alleen maar sterker op naarmate de surveykanalen zich vermenigvuldigden. Benchmarks zijn per slot van rekening een manier om achteruit te kijken, terwijl je in een klantgerichte wereld vooruit moet denken. Zet je methodologie dus vast, meet continu en lees de trend: een stabiele 35 die begint te klimmen na een herwerkt leverproces is succes; een 60 die vijf kwartalen op rij afglijdt is een waarschuwing die geen enkele sectortabel verzacht. Volg de score samen met de thema's die hem drijven via key driver analysis, zodat elke beweging een verklaring meekrijgt. De bredere markt maakt zelf-benchmarken trouwens aantrekkelijker, niet minder: met de CX Index 2025 van Forrester op een historisch dieptepunt na vier jaar daling op rij, en de ACSI die sinds 2017 vlak blijft, plaatst een stijgende trendlijn je in een select gezelschap, wat je absolute cijfer ook is.
Hoe stel je een realistisch NPS-doel?
Een realistisch NPS-doel is een stap bovenop je eigen baseline, gekoppeld aan benoemde verbeteringen. Op een ongewijzigde methodologie is 5 tot 10 punten verbetering per jaar al ambitieus voor een volwassen programma; doelen daarboven worden meestal gehaald door de meting te veranderen in plaats van de klantbeleving. Drie regels houden het cijfer eerlijk. Eén: veranker elk doel in concreet werk. "Plus zes punten, gedreven door de kortere levertijd en de nieuwe onboarding" is een plan; "plus vijftien punten" is een wens. Twee: beloon individuele medewerkers nooit op ruwe NPS, want scoregebonden bonussen leiden betrouwbaar tot gesjoemel met de survey (een gevraagde 9 aan de kassa, ontevreden klanten die stilletjes nooit een survey krijgen) en dat vervuilt de data waarop de rest van de organisatie bouwt. Drie: stel doelen per segment in plaats van één bedrijfsdoel, want een netwerkgemiddelde komt het laatst in beweging; het doel hoort bij de winkel of de journey die het cijfer omlaag trekt. En onthoud: een doel is een scorebord, geen CX-strategie. Zonder keuzes achter het cijfer beweegt het niet.
Hoe verbeter je je NPS-score?
Je NPS-score verbeteren is detractor-werk en driver-werk. Detractor-werk: identificeer detractors snel en volg ze even snel op, volgens ons zesstappenplan voor detractors. De onderkant van de verdeling omzetten telt namelijk dubbel voor de score (één detractor minder, één potentiële promoter meer), en closed-loop-programma's rapporteren ongeveer drie keer meer promoters in opvolgsurveys, volgens onderzoek van CustomerGauge. Driver-werk: zoek uit welke thema's je score statistisch beïnvloeden en pak het grootste thema eerst aan. Dat is precies waarvoor AI-analyse van open feedback met ISAAC en automatisch terugkoppelen naar de klant bestaan. En houd de survey zelf kort, volgens hoeveel vragen een NPS-survey nodig heeft, zodat je data representatief genoeg blijft voor betrouwbare conclusies.
FAQ over een goede NPS-score
Is een NPS van 30 goed?
Ja. Een NPS van 30 zit boven de "gunstige" drempel van 20 van Bain en dicht bij de sectoroverstijgende mediaan. Of hij goed is voor jou, hangt af van je sector en vooral van je eigen trend.
Wat is een slechte NPS-score?
Elke negatieve score betekent dat detractors talrijker zijn dan promoters, waardoor churn structureel wordt. In sectoren met hoge benchmarks, zoals luxeretail, kan zelfs een positieve 20 op concurrentiële zwakte wijzen.
Wat is een gemiddelde NPS-score?
Recente sectoroverstijgende benchmarkstudies leggen de mediaan rond 40, met B2C gemiddeld hoger dan B2B. De gemiddelden verschillen flink tussen studies door methodologische keuzes.
Kan je je NPS vergelijken met concurrenten?
Alleen grofweg. Tenzij de scores met hetzelfde kanaal, dezelfde timing en dezelfde vraagformulering verzameld werden, kunnen verschillen van 10 tot 20 punten pure methodologie zijn. Dubbelblinde benchmarkstudies zijn de uitzondering.
Hoe vaak moet je je NPS bekijken?
Continu meten, per kwartaal evalueren. Een rollende meting vlakt seizoenseffecten af, en in de kwartaalreview koppel je de score altijd aan zijn belangrijkste drivers, nooit aan het cijfer alleen.
Is een hoge NPS met een hoog aandeel detractors nog goed?
Nee. Een gepolariseerde verdeling wijst op een acuut churn-probleem dat het nettocijfer verbergt. Volg de aandelen promoters, passives en detractors apart; twee bedrijven met een identieke NPS kunnen tegengestelde strategieën nodig hebben.